50.000 minder Nederlanders op kamers

Half september staat er in de Randstad een jongen met een koffer in de gang van zijn ouders. Hij heeft twee maanden gereageerd op kamers, drie hospiteeravonden meegemaakt en nul keer een bericht teruggekregen. Aan de overkant sleept een Italiaanse student een doos naar boven, een gestoffeerde kamer in die ze vanuit Bologna heeft geregeld. Beiden beginnen dezelfde week aan dezelfde universiteit.
Die twee gangen naast elkaar zijn precies wat de nieuwste cijfers van Kences laten zien, het kenniscentrum studentenhuisvesting. Van alle hbo- en wo-studenten woont nog altijd 54 procent op kamers, zo’n 381.000 mensen, en dat aandeel is in acht jaar met een procentpunt gestegen. Maar die stijging komt volledig van internationale studenten. Het aantal uitwonende Nederlandse studenten daalde in diezelfde periode van 303.900 naar 254.200, terwijl er nu 127.200 internationale studenten en circa 18.500 shortstay-studenten zijn. In collegejaar 2017-2018 woonde 50 procent van de Nederlandse studenten op kamers; nu is dat 43 procent. Metro zette de cijfers op een rij; ze komen uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting van Kences.
Bijna vijftigduizend jonge huurders die er niet meer zijn
Reken het verschil eens uit, want in percentages verdwijnt de schaal. 303.900 min 254.200 is 49.700 Nederlandse studenten die acht jaar geleden een kamer huurden en dat nu niet doen. Dat is bijna een vijfde van de 254.200 Nederlandse studenten die nu nog wel uitwonend zijn, in acht jaar tijd uit de kamermarkt verdwenen. Voor iemand die twee of drie kamers verhuurt betekent dat iets heel concreets: de vijver waarin je vist is kleiner geworden, terwijl de vijver ernaast, die van de internationale student, groeide.
De reden dat het totaal toch overeind blijft, staat er meteen bij. Een Nederlandse student kan reizen; als de kamer te duur is, blijft hij thuis wonen en pakt hij de trein. Een internationale student heeft die keuze niet. Die moet bij aankomst een dak hebben, huurt daarom vaker particulier en neemt genoegen met een gestoffeerde of volledig ingerichte kamer tegen een hogere prijs.
Verhuurders hebben hun aanbod aangepast en dat mag je best benoemen
Hier nemen wij stelling, ook al is het onze eigen achterban die het betreft. Dat de markt zich naar de internationale student heeft gedraaid, is geen samenzwering maar het is ook geen toeval. Een gemeubileerde kamer voor een jaarcontract aan iemand die de huurprijs niet kan vergelijken met wat gebruikelijk is, levert simpelweg meer op en kost minder gedoe dan een kale kamer voor een Nederlandse student die het puntenstelsel kent en na een jaar huurverlaging aanvraagt.
Dat is een rationele keuze van individuele verhuurders die samen een probleem maken dat niemand van hen wilde: een kamermarkt die voor de ene groep werkt en voor de andere sluit. Wie dat als verhuurder hardop erkent, staat sterker in het gesprek met de gemeente dan wie volhoudt dat het puur aan het aanbod ligt.
En nee, dit is niet de schuld van de internationale student
Het ongemakkelijke deel voor iedereen die roept dat de kamermarkt “verdrongen” wordt: uit deze cijfers volgt dat niet. Kences telt hoeveel studenten uitwonend zijn, niet wie welke kamer kreeg. Dat de Nederlandse student minder vaak uitwonend is, verklaart Kences uit betaalbaarheid, met 44 procent de belangrijkste reden om thuis te blijven wonen, en uit de aanhoudende krapte; niet uit een internationale student die hem eruit bood. En het aandeel Nederlandse studenten dat thuis blijft wonen zegt net zo goed iets over de studiefinanciering en over huurprijzen als over de kamermarkt zelf. Wie deze cijfers gebruikt als bewijs in het debat over internationalisering, gebruikt een teller als argument voor iets wat de teller niet meet.
Leg vanavond je eigen prijs naast het puntenstelsel
Verhuur je kamers, pak dan één kamer en tel de punten. Niet omdat er een controleur langskomt, maar omdat je dan weet of je huurprijs boven of onder de maximale prijs zit, en dus of je een huurverlaging of een gang naar de Huurcommissie kunt verwachten. Dat is een kwartier werk en het is de enige manier om te weten of je aanbod klopt voordat iemand anders het uitrekent. De opzet staat in ons stuk over het puntenstelsel voor een kamer, en wat de Wet betaalbare huur daarin veranderde staat daarnaast. Zoek je juist meer Nederlandse huurders, dan zit de winst vaak in de selectie vooraf: daarover schreven we bij het screenen van huurders.
De omslag staat al in de prognose van Kences zelf
Het interessante staat niet in de discussie maar in dezelfde monitor. Na jaren van sterke groei is het aantal internationale studenten dit jaar voor het eerst gelijk gebleven aan het jaar ervoor, en Kences verwacht voor de komende acht jaar een daling naar 115.700 in collegejaar 2033-2034. Dat is ruim elfduizend internationale studenten minder dan nu, terwijl de Nederlandse groep juist al krimpt.
Twee dalende lijnen tegelijk betekent iets anders dan een verschuiving: dan verandert de kamermarkt van krap naar ruim, en staat de verhuurder met de kaalste kamer vooraan in de rij om leeg te staan. De eerstvolgende monitor laat zien of die gelijkgebleven internationale instroom een pauze was of het begin van de daling die Kences voorspelt.